Wout van Aert onthult inktzwarte periode: dit wist niemand
Het voelt absoluut als het einde van een moeilijke periode. Wout van Aert maakte afgelopen zondag in Siena een einde aan een bijzonder lastige tijd. Sinds zijn tweede valpartij in de Vuelta had hij immers niet meer gewonnen, en daarbovenop volgde een lange revalidatie. Tot overmaat van ramp werd Van Aert ook nog ziek vlak voor de start van de Giro.

Giro-opgave was nabij
Het leek alsof er geen einde kwam aan de ellende. Hoewel de openingsetappe veelbelovend leek, werd al snel duidelijk dat Van Aert niet op niveau zat. “In de eerste ritten was ik moe en herstelde ik niet. Het leek eerder bergaf dan bergop te gaan,” verklaarde hij op een persconferentie.
Wat hij toen niet zei, gaf hij nu wel toe: hij dacht serieus aan opgeven. “Na de vierde etappe vroeg ik me echt af of het nog zin had om door te gaan. Vooral de dag na de eerste rustdag speelde dat door mijn hoofd. Ik kreeg signalen dat het beter ging, maar die rit naar Lecce viel enorm tegen.”
“Ik had slechte benen en voelde me erg moe, terwijl het helemaal geen zware rit was.” Van Aert stelde zelf een ultimatum. “Ik heb toen letterlijk tegen de ploegleiding gezegd: in de vijfde rit moet het keren, anders stop ik met de Giro.”
Gedacht aan einde carrière
Van Aert dacht dus aan opgeven – niet alleen in deze Giro, maar ook in het algemeen. Uit interviews met zijn vrouw Sarah De Bie blijkt dat de winter voor Van Aert bijzonder moeilijk was. De blessurezorgen sleepten aan en dat had een mentale impact. Hij dacht zelfs aan een vroegtijdig einde van zijn carrière.
“Ja, dat is niet overdreven,” gaf Van Aert toe. “Deze winter was echt niet makkelijk. Toen ik in de Vuelta op de grond lag, voelde ik alle energie uit mijn lijf stromen. Ik wist meteen: dit wordt weer een lange revalidatie.” De nieuwe tegenslag volgde te snel na zijn val in Dwars door Vlaanderen.

Het werd hem allemaal even te veel. Gelukkig vond hij toch de kracht om door te zetten. “We zijn zo vaak weg van huis, en dan heb je soms het gevoel: ‘ik steek er zoveel in, en ik krijg er zo weinig voor terug.’ Als het dan niet lukt, is wielrennen gewoon keihard.”








